Kersen telen zonder maden en de kersenvlieg stoppen voordat hij de oogst ruïneert
Maden in kersen en morellen worden het vaakst veroorzaakt door de kersenvlieg, een onopvallend vliegje dat de oogst flink kan ontwaarden. Aan het begin van de zomer leggen de vrouwtjes hun eitjes vlak onder de schil van nog onrijpe, geleidelijk geel wordende vruchten. Na enkele dagen komen de larven uit, die zich meteen in het vruchtvlees boren. De vruchten worden dan zacht, verkleuren bruin, gaan makkelijk rotten en vallen vaak voortijdig af.
Wanneer de larven volgroeid zijn, kruipen ze uit de vrucht, vallen op de grond en verpoppen in de bodem. Op enkele centimeters diepte overwinteren ze en in het voorjaar komen er nieuwe volwassen vliegen uit de grond, waardoor het probleem zich elk jaar herhaalt als je de ontwikkelingscyclus niet doorbreekt.
Hoe je de kersenvlieg herkent en wanneer hij toeslaat
De volwassen kersenvlieg is een klein zwart-geel vliegje. Kenmerkend zijn de doorzichtige vleugels met vier duidelijke donkere banden. Het vrouwtje heeft een gele kop en op het donkere lichaam gele vlekjes. Meestal vliegt hij vanaf half mei tot in juni de boomkronen in, afhankelijk van het weer en de ligging van de tuin.
Dit is de meest risicovolle periode, omdat dan de eitjes worden afgezet. Eén vrouwtje kan er tientallen tot honderden leggen en de volwassen vliegen blijven enkele weken in de kroon actief. Zodra de larven eenmaal in het vruchtvlees zitten, ben je met een bespuiting te laat om de oorzaak nog aan te pakken, want de made zit verborgen in de vrucht.
Rassenkeuze als eenvoudigste preventie
De betrouwbaarste teelttruc is het planten van zeer vroege rassen die uiterlijk half juni rijpen. De kersenvlieg kan dan wel een eitje op de vrucht afzetten, maar je oogst zo vroeg dat de larven vaak pas net zijn uitgekomen of nog zó klein zijn dat je het in de oogst nauwelijks merkt.
Bij vroege kersen is madigheid daarom vaak te voorkomen zonder chemie en zonder ingewikkelde ingrepen. Teel je echter latere rassen, houd er dan rekening mee dat het risico op aantasting duidelijk hoger is en dat het loont om meerdere beschermingsmethoden te combineren.
Wanneer spuiten zin heeft en hoe je het moment bepaalt
Bij late rassen wordt chemische bescherming toegepast zodra de vruchten beginnen te vergelen en de vliegen net invliegen. De juiste timing is cruciaal, omdat je de volwassen vliegen moet raken vóórdat ze eitjes leggen.
Een eenvoudige manier om de aanwezigheid te volgen is met gele lijmplaten die je in de kroon hangt, bij voorkeur ook aan de zonnige kant van de boom. Zodra er meer vliegen op de platen verschijnen, is het tijd om in te grijpen. De bespuiting wordt vaak na ongeveer twee weken herhaald. Houd altijd strikt de wachttijd aan die op het middel staat: de periode tussen toepassing en veilig oogsten.
Ecologische bescherming zonder chemie
Wil je insecticiden vermijden, combineer dan verschillende natuurlijke en mechanische methoden die de kersenvlieg de toegang tot de vruchten bemoeilijken en tegelijk de ontwikkeling in de bodem verstoren.
Gele lijmplaten werken als een visuele val. De felgele kleur trekt de vliegen sterk aan, waardoor ze vastkleven voordat ze eitjes kunnen leggen. Voor het beste effect hang je ze al op bij het begin van de vliegperiode.
Een andere optie is afweren met knoflook. De kersenvlieg heeft een hekel aan knoflookgeur, daarom wordt een aftreksel gebruikt van geperste knoflook die met kokend water wordt overgoten en ongeveer een dag trekt. Na zeven verdun je het met water en vernevel je het tijdens de vliegperiode regelmatig lichtjes over de vruchten.
Bij kleinere boompjes kun je in de kritieke periode fijne insectengaas-netten gebruiken, die fysiek verhinderen dat de vliegen bij de vruchten komen. Nauwkeurigheid is belangrijk, zodat er nergens een opening ontstaat waar insecten doorheen kunnen.
Ook een barrière onder de boom is erg praktisch. Leg je onder de kroon folie of antiworteldoek uit, dan kunnen larven uit gevallen vruchten moeilijker de grond in, waar ze anders veilig zouden overwinteren. Tegelijk kan dit het uitkomen van volwassen vliegen uit de bodem in het voorjaar bemoeilijken.

Veel effect heeft ook tijdig oogsten en het consequent verwijderen van aangetaste of afgevallen vruchten. Laat kersen niet onder de boom liggen en gooi ze niet op de compost direct in de tuin bij de kersen, want daarmee help je de plaag juist zijn ontwikkeling af te ronden. Beter is de vruchten buiten bereik van de bomen af te voeren of ze diep in te graven.
Ook bodembewerking kan helpen. Als je in de herfst of vroeg in het voorjaar de grond onder de boom grondig omspit, verstoor je de poppen en maak je ze kwetsbaarder. Soms wordt ook ongebluste kalk gebruikt. En als je kippen houdt, kunnen die verrassend effectief zijn, omdat ze larven en poppen in de grond opsporen en wegpikken.
Hoe je de oogst redt als de kersen al madig zijn
Vind je toch maden in je oogst, dan hoef je niet meteen alles weg te gooien. Voor verwerking werkt een bad in zout water vaak goed: dat dwingt de larven om de vrucht te verlaten. Maak in een bak koud water met zout aan in een verhouding van ongeveer 20 gram per liter en dompel de kersen er één tot twee uur volledig in onder.
De larven drijven dan vaak naar het oppervlak of laten los uit de vruchten. Spoel de kersen daarna goed af met schoon water. Kort weken beïnvloedt de smaak meestal nauwelijks en je kunt de kersen gerust gebruiken voor inmaken of bakken.
Bron: Pat Welsh, Salisbury Greenhouse, Pestrazahrada.cz
Liefhebber van de natuur, de tuin en alles wat beweegt, bloeit of groeit. Hij kweekt letterlijk alles, van kruiden tot zeldzame soorten, en zorgt net zo graag voor dieren. In zijn werk verbindt hij moderne technologie met beproefde oma-methoden en hij is blij wanneer beide wegen naar hetzelfde doel leiden.
Gerelateerde artikelen
Van juni tot oktober water geven met baking soda helpt tegen plagen en ziekten
Met een simpel pakje baking soda (zuiveringszout) kunt u van begin zomer tot in de herfst preventief werken tegen schimmels en sommige plagen. Bij verstandig gebruik helpt het de druk van meeldauw, schimmels, bladluizen en zelfs overlastplekken rond terras en tegels te beperken.
Frambozenstruik in gevaar wat achteruitgang veroorzaakt en hoe je helpt
Frambozen kunnen hard achteruitgaan door schimmel- en virusziekten. Met snelle herkenning, goede teeltmaatregelen en waar nodig een passende fungicidebehandeling kun je vooral schimmelproblemen sterk beperken.
Waarom courgettes halverwege het seizoen gaan rotten en hoe je langer oogst zonder verlies
Courgettes kunnen tot ver in het najaar doorproduceren, maar natte grond en opspattend vuil zorgen midden in het seizoen vaak voor rottende vruchten. Met de juiste mulch en een paar eenvoudige maatregelen verleng je de oogst en beperk je schimmel en rot.
Reacties (0)
Wees de eerste die reageert.